TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Keizersgracht 269

Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Address
Keizersgracht 269, 1016 ED Amsterdam
Place
Amsterdam
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.37120, 4.88517
Monument number
2305

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1750 map "Composite: Sheets 1 to 40 Carte De Hollande Et D'utrecht" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

GRACHTENHUIS gebouwd in 1617 voor Jan Cornelisz. Visscher. Als verwijzing naar de stichter en vanwege de sculptuur van een visser in de geveltop ooit 'De Visser' genaamd. De huidige gedaante van de voorgevel dateert van omstreeks 1809, toen eigenaar Pieter de Putter toestemming kreeg deze te wijzigen. Het interieur bevat meer dan dertig in betimmeringen gevatte behangsels geschilderd op linnen, verdeeld over vier vertrekken, vervaardigd door Willem Uppink (1767-1849) en Antonie Elliger (1701-1781). In 1949 vond, ten behoeve van het British Council een grote verbouwing plaats naar ontwerp van architect K.L. Sijmons (architectenbureau Zanstra, Giesen & Sijmons), waarbij de inrichting van het appartement op de tweede en derde verdieping een geheel eigen karakter kreeg.

Omschrijving

Grachtenhuis met drie traveeën brede lijstgevel en stoep in de rechtertravee, bestaande uit een voorhuis met souterrain, hoofdverdieping, drie verdiepingen, zolder en vliering, een tussenlid en achterhuis. Achter de kroonlijst is het zadeldak zichtbaar dat met de nok evenwijdig aan de gracht loopt en haaks op de oorspronkelijke kap staat. De voorgevel is opgebouwd uit een met natuursteen beklede plint ter hoogte van souterrain, daarboven opgemetseld in staand verband met geknipte voegen. Het pand profileert zich naar de straat door middel van de buiten de rooilijn uitspringende natuurstenen trap naar het souterrain in de linkertravee en de stoep naar de hoofdverdieping, beide voorzien van een gietijzeren leuning met hout. Het souterrain is vanaf de straatzijde toegankelijk door een natuurstenen trap. De bel-etage en de eerste verdieping hebben schuifvensters met achtruits roedenverdeling, de tweede verdieping zesruits, de derde verdieping openslaande ramen met brede middenstijl. Ter hoogte van de zolder in de middelste travee een hijsluik dat het vloerniveau van de zolder aangeeft, geflankeerd door twee bolkozijnen. Alle vensteropeningen hebben natuurstenen vensterbanken en zijn bekroond door licht getoogde strekse bogen. Tussen de verschillende verdiepingen is een kleine waterlijst gemaakt door de lintvoeg uitstekend te voegen. De natuurstenen plint wordt aan de bovenzijde afgesloten door een waterlijst onder de vensters van de hoofdverdieping. De gevel wordt bekroond door een hoofdgestel waarvan de kroonlijst gedragen wordt door vier consoles, gedetailleerd met acanthusbladeren en rozetten. De witgepleisterde achtergevel van het voorhuis is voorzien van dezelfde schuifvensters met grote ruitindeling en wordt bekroond door een tuitgevel op schouders. De achtergevel van het achterhuis heeft een houten onderpui met openslaande deuren en een aan de linkerzijde in hoogte aansluitende uitbouw. Boven de onderpui is de twee traveeën brede gevel drie verdiepingen hoog, met schuifvensters en openslaande vensters, bekroond door een hoofdgestel met Dorisch trigliefenfries en in het zadeldak een centrale dakkapel. In het interieur, direct achter de toegangsdeur een gang over de diepte van het voorhuis, die toegang geeft tot verschillende (voorraad)kamers. Een van de opvallendste details in het souterrain betreft de aanwezigheid van een grote moerbalk in het voorhuis, die in enigszins schuine lijn van het midden van de voorgevel tot het midden van de achtergevel loopt, en daar met een sleutelstuk in de muur is opgelegd, en op twee andere zichtbare plaatsen wordt ondersteund door twee gietijzeren kolommen. Onder de lichthof de keuken, met eenvoudige tegels en wandkasten, vermoedelijk grotendeels daterend uit de bouwtijd van het achterhuis. In het achterhuis de zogenaamde eetzaal met een serie wandschilderingen (Uppink, 1812) met o.a. voorstellingen van de buitenplaats van de familie De Putter, "Hofwerk" aan de Vecht bij Breukelen. De hoofdverdieping geeft toegang tot een vestibule afgescheiden door een tochtportaal met grote glasruiten. De wanden zijn boven een witmarmeren lambrisering voorzien van een gestuukte, en momenteel grijs geschilderde paneelindeling, en bij de overgang naar het met een spiegelboogvorm gedetailleerde plafond, voorzien van een eenvoudige kooflijst. Links van de gang de voorkamer, geheel voorzien van wandschilderingen met landschappen (Uppink, 1812) aangebracht boven een in lichte kleuren geschilderde lambrisering. De schilderingen zijn over de lange wanden door middel van lijstwerk in drie gelijke delen verdeeld, waardoor deze ook over de zijdeur doorlopen. Het stucplafond met gekorniste lijst heeft een decoratie in een Robert Adam-achtige kleurstelling (pastelkleurig roze in combinatie met wit) met nauwkeurig uitgewerkte acanthus- en laurierbladmotieven en een centrale rozet, die mogelijk van een laat achttiende-eeuwse verbouwing dateren. De schoorsteenpartij met zeer eenvoudige grijsmarmeren mantel en rijkversierde boezem (met hoge rechthoekige spiegel in vergulde lijst en goudkleurige grisaille met putti tegen een zwarte achtergrond) sluit daarbij aan. Boven de dubbele deuren naar de achterkamer een vergelijkbare paneelschildering, waarbij putti een offerfeest uitbeelden. In de achterkamer eveneens van Uppink landschappen, waarbij de schilderingen ook over de deuren naar de voorkamer zijn aangebracht. Tussen de beide vensters een penantspiegel, met vergulde lijst en aan de onderzijde een gesneden reliëf met Romeins aandoende figuren. Op de eerste verdieping in het voorhuis bevindt zich een grote ruimte, waarin de balklaag in het zicht is. De schoorsteenpartij in het voorste deel, oorspronkelijk de voorkamer, is zeer eenvoudig uitgevoerd. Via de overloop bereikt men de 'zaal', geleed door Ionische gecanneleerde pilasters en geheel voorzien van schilderingen met mythologische voorstellingen rond Aeneas en Dido (gesigneerd en gedateerd 1736, Elliger). De schilderingen zijn in spiegelboogvormige omlijstingen gevat, ook toegepast voor de spiegel op de schoorsteenboezem op de zwart-wit marmeren schoorsteenmantel met eenvoudige, achttiende-eeuwse vormen. Het plafond in deze zaal is eveneens van een dubbele spiegelboogvormig hoofdmotief voorzien, dat gedetailleerd is met laurierbanden, ca. 1800. De penantspiegel, die wordt bekroond door een vrouwenhoofd en guirlandes, is gelet op drukke combinatie van motieven, mogelijk een laat negentiende-eeuwse interpretatie van oudere ornamentiek. De voormalige studeerkamer heeft geschilderde landschappen gedateerd 1812 (Uppink). De muziekkamer heeft vergelijkbare voorstellingen. Naar ontwerp van Sijmons werd in 1949 aan de achterzijde van het voorhuis een vide gecreëerd waarin een haardplaats met groot taps toelopend rookkanaal als blikvanger. De kap is waarschijnlijk in 1949 naar voorbeeld van de oude vernieuwd. Achter het hijsluik in de verhoogde kap het oorspronkelijke hijswiel.

Waardering

In oorsprong 17e-eeuws grachtenhuis met bijbehorend interieur, van algemeen belang uit cultuurhistorisch en architectuurhistorisch oogpunt als goed en gaaf bewaard woonhuis uit de zeventiende eeuw met latere wijzigingen, vanwege de architectonische verschijningsvorm van de voorgevel en de kenmerkende opbouw van het pand inclusief de midden twintigste-eeuwse aanpassingen, alsmede vanwege kunsthistorische waarde van de in het pand aanwezige interieurelementen waaronder een groot aantal beschilderde behangsels uit de late achttiende en eerste helft van de negentiende eeuw.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

CANAL HOUSE built in 1617 for Jan Cornelisz. Visscher. As a reference to the founder and because of the sculpture of a fisherman in the gable top formerly called 'De Visser'. The current appearance of the front facade dates from around 1809, when owner Pieter de Putter received permission to modify it. The interior contains more than thirty wallpapers set in panelling and painted on linen, distributed over four rooms, executed by Willem Uppink (1767-1849) and Antonie Elliger (1701-1781). In 1949, a major renovation took place for the benefit of the British Council according to a design by architect K.L. Sijmons (architectural office Zanstra, Giesen & Sijmons), whereby the arrangement of the apartment on the second and third storeys acquired an entirely distinctive character.

Description

Canal house with three bays wide cornice-topped facade and stoep in the right bay, consisting of a front house with basement, principal floor, three storeys, attic and garret, a middle section and rear house. Behind the cornice the gabled roof is visible which runs with the ridge parallel to the canal and perpendicular to the original roof. The front facade is built up from a plinth clad in natural stone at basement level, above which it is laid in stretcher bond with cut joints. The building profiles itself towards the street by means of the natural stone staircase projecting outside the building line leading to the basement in the left bay and the stoep to the principal floor, both equipped with a cast-iron railing with wood. The basement is accessible from the street side by a natural stone staircase. The piano nobile and the first storey have sash windows with glazing bars in the upper lights, the second storey six-light, the third storey casement windows with wide mullion. At the level of the attic in the middle bay a hoist door indicating the floor level of the attic, flanked by two bull's-eye windows. All window openings have natural stone windowsills and are crowned by lightly arched straight arches. Between the various storeys a small drip moulding is made by projecting the pointing joint. The natural stone plinth is closed at the top by a drip moulding under the windows of the principal floor. The facade is crowned by a main cornice the crown moulding of which is borne by four consoles, detailed with acanthus leaves and rosettes. The whitewashed rear facade of the front house is equipped with the same sash windows with large pane division and is crowned by a spout gable on shoulders. The rear facade of the rear house has a wooden underpui with casement doors and an extension on the left side matching in height. Above the underpui the two-bay wide facade is three storeys high, with sash windows and casement windows, crowned by a main cornice with Doric triglyph frieze and in the gabled roof a central roof dormer.

In the interior, directly behind the entrance door a corridor over the depth of the front house, which provides access to various (storage) rooms. One of the most striking details in the basement concerns the presence of a large tie beam in the front house, which runs in a slightly slanting line from the centre of the front facade to the centre of the rear facade, and is there set into the wall with a key stone, and is supported at two other visible locations by two cast-iron columns. Under the light well the kitchen, with simple tiles and wall cupboards, presumably largely dating from the construction time of the rear house.

In the rear house the so-called dining room with a series of wall paintings (Uppink, 1812) including representations of the country house of the De Putter family, "Hofwerk" on the Vecht near Breukelen.

The principal floor gives access to a vestibule separated by a draught-porch with large glazed lights. The walls above a white marble wainscoting are provided with a plastered, and currently grey-painted panel division, and at the transition to the ceiling detailed with a mirror arch form, provided with a simple soffit moulding.

To the left of the corridor the front room, entirely provided with wall paintings depicting landscapes (Uppink, 1812) applied above a wainscoting painted in light colours. The paintings are divided on the long walls by means of moulded frames into three equal parts, so that these also run over the side door. The stucco ceiling with corniced moulding has a decoration in a Robert Adam-like colour scheme (pastel pink in combination with white) with carefully worked out acanthus and laurel leaf motifs and a central rosette, which possibly date from a late eighteenth-century alteration. The fireplace arrangement with very simple grey marble mantel and richly decorated breast (with tall rectangular mirror in gilded frame and gold-coloured grisaille with putti against a black background) connects with this. Above the double doors to the rear room a comparable panel painting, whereby putti depict a sacrificial feast.

In the rear room also landscapes by Uppink, whereby the paintings are also applied over the doors to the front room. Between the two windows a pier mirror, with gilded frame and at the bottom a carved relief with Roman-looking figures.

On the first storey in the front house there is a large space, in which the beam layer is exposed. The fireplace arrangement in the front part, originally the front room, is very simply executed. Via the landing one reaches the 'hall', articulated by Ionic fluted pilasters and entirely provided with paintings depicting mythological representations around Aeneas and Dido (signed and dated 1736, Elliger). The paintings are set in mirror arch-shaped frames, also applied for the mirror on the fireplace breast on the black-and-white marble fireplace mantel with simple, eighteenth-century forms. The ceiling in this hall is also provided with a double mirror arch-shaped main motif, detailed with laurel bands, c. 1800.

The pier mirror, which is crowned by a female head and garlands, is, given the busy combination of motifs, possibly a late nineteenth-century interpretation of older ornamentation. The former study has painted landscapes dated 1812 (Uppink). The music room has similar representations.

According to Sijmons's design, in 1949 a void was created at the rear of the front house in which a fireplace with a large tapering chimney shaft as a focal point.

The roof was probably renewed in 1949 following the pattern of the old one. Behind the hoist door in the raised roof the original hoist wheel.

Valuation

Originally a 17th-century canal house with associated interior, of general importance from a cultural-historical and architectural-historical point of view as a well and soundly preserved dwelling house from the seventeenth century with later alterations, because of the architectural appearance of the front facade and the characteristic structure of the building including the mid-twentieth-century adaptations, as well as because of the art-historical value of the interior elements present in the building including a large number of painted wallpapers from the late eighteenth and first half of the nineteenth century.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map